Passende arbeid of nieuwe functie?

15-03-2019

De kantonrechter overweegt het volgende. Als een werknemer blijvend arbeidsongeschikt is voor de eigen werkzaamheden en binnen het bedrijf ander passend werk voorhanden is, ligt het in de rede dat voor de nieuwe werkzaamheden een nieuwe arbeidsovereenkomst wordt aangegaan. Een werknemer die tijdens ziekte ander werk doet, of een gedeelte van het werk, is nog steeds ziek. De werknemer is namelijk niet geschikt om de oorspronkelijk bedongen arbeid in volle omvang te verrichten. Als een werknemer die passend werk verricht na 104 weken opnieuw uitvalt hoeft de werkgever geen loon door te betalen, tenzij de passende arbeid de bedongen arbeid is geworden.

Zo’n wijziging van passende in bedongen arbeid is een wijziging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen, waarvoor in beginsel een nadere overeenkomst tussen werkgever en werknemer vereist is. Maar zo’n wijziging kan ook tot stand komen als de werknemer er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de verrichte passende arbeid inmiddels de nieuw bedongen arbeid is geworden, zowel voor wat betreft haar aard als haar duur.

Uit de gang van zaken concludeert de kantonrechter dat de re-integratie volledig is afgerond en dat de werknemer succesvol is herplaatst in een andere passende functie als CNC frezer op de lichtere machine, tegen een aangepast salaris. De passende arbeid is de bedongen arbeid geworden en de werknemer mocht daar ook op vertrouwen.

Let op: Een arbeidsongeschikte werknemer kan soms in passende arbeid aan het werk. In principe blijft de werknemer dan ziek. Soms wijzigt deze passende arbeid gaandeweg in nieuw bedongen arbeid. Als de werknemer dan weer uitvalt, gaat er dan een nieuwe loondoorbetalingstermijn lopen.

Rapportage Toezichtsplan Arbeidsrelaties

15-03-2019

Samengevat zijn de resultaten van de 104 bedrijfsbezoeken:

  • Bij slechts 45 bedrijfsbezoeken gaf de opdrachtgever blijk van voldoende kennis en ervaring met de wet DBA en gaf hij aan de wettelijke bepalingen ook juist toe te passen.
  • Bij de overige 59 bedrijfsbezoeken leek sprake van in meer of mindere mate onjuist handelen. Hiervan is bij 12 bedrijfsbezoeken, op basis van het gesprek, geconstateerd dat de opdrachtgever de arbeidsrelatie niet juist heeft gekwalificeerd.

In de gevallen van (vermoedelijk) onjuist handelen gaat het om:

  • Er zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding, terwijl er volgens de gebruikte overeenkomst geen gezagsverhouding zou zijn.
  • Zzp’ers verrichten dezelfde werkzaamheden en op dezelfde wijze als eigen werknemers.
  • Er is sprake van kernactiviteiten, de werkzaamheden betreffen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering, wat een aanwijzing kan zijn voor werken in dienstbetrekking.
  • Er is geen vervanging van de zzp’er mogelijk of wenselijk, en er lijkt tevens sprake te zijn van gezag.
  • De zzp’er heeft geen mogelijkheid om zelfstandig zijn werk in te delen.
  • De duur van arbeidsrelatie is dermate lang dat het werk van de zzp’er lijkt te zijn ingebed in de organisatie.
  • Er lijkt sprake van een fictieve dienstbetrekking.
  • Er wordt niet conform de modelovereenkomst gewerkt.

Na invoering van de in het Regeerakkoord aangekondigde maatregelen ter vervanging van de Wet DBA wordt het huidige handhavingsmoratorium gefaseerd afgebouwd.

Tip: De Belastingdienst handhaaft nu nog niet op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen, met uitzondering van ‘kwaadwillendheid’. Gezien de bovenstaande conclusies is dat voor de meeste opdrachtgevers maar goed ook. Voor de zomer van 2019 komt de Staatssecretaris met informatie over de nieuwe toezicht- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst en de afbouw van het handhavingsmoratorium.

Bovenmatig lenen aan eigen BV: uitspraak

15-03-2019

Volgens de Belastingdienst is dat niet het geval. Partijen gaan naar de rechter. Ten tijde van het verstrekken van de lening ging het al niet zo best met de werk-BV. De vermogenspositie was negatief. Van stille reserves en goodwill was geen sprake. Het verhaal van de DGA dat de werk-BV een zonnige toekomst had, kan hij niet goed onderbouwen.

Er kan geen rente worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken, onder verder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Daarom neemt de rechter aan dat de DGA een debiteurenrisico op zich nam dat een derde niet zou hebben genomen. Dat deed hij vanuit zijn aandeelhoudersbelang in een poging de werk-BV overeind te houden.

Het voorgaande betekent dat de lening als onzakelijk moet worden gekwalificeerd, zodat deze niet ten laste van het inkomen van de DGA kan worden afgewaardeerd tot nihil.

Let op: Geld lenen aan uw BV dient zakelijk te zijn. Dat is globaal gezegd het geval als een onafhankelijke derde die lening op dat moment onder vergelijkbare voorwaarden aan de BV zou kunnen verstrekken. De Belastingdienst toetst achteraf, als het verkeerd is gegaan. In de praktijk bent u dan aan zet om aan te tonen dat de lening ten tijde van het verstrekken toch zakelijk was. Zorg daarom al bij het verstrekken van de lening voor een goed dossier.

Bovenmatig lenen van uw BV: wetsvoorstel

15-03-2019

Als de totale som van de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder aan zijn eigen BV meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere direct als Box  2-inkomen belast. De grens van € 500.000 geldt voor de DGA en zijn partner tezamen. Er geldt een uitzondering voor eigen woningschulden aan de eigen BV. Daarvoor is vereist dat de BV een recht van hypotheek tot zekerheid van de eigenwoningschuld heeft. Die hypotheek-eis geldt niet voor op 31 december 2021 bestaande eigen woningschulden bij de eigen BV.

Tip: Het wetsvoorstel is onlangs in internetconsultatie gegaan. Mensen kunnen tot 1 april 2019 reageren. Naar verwachting wordt over enkele maanden de definitieve versie van het wetsvoorstel ingediend. We houden u op de hoogte.

Belastingdienst informeert bij uw arts, mag dat?

01-03-2019

Een belastinginspecteur mag contact opnemen met een arts om bijvoorbeeld de juistheid van aftrek voor een dieet te controleren. De arts mag weigeren daarover informatie te geven.

De informatieplicht ten behoeve van de belastingheffing van derden geldt niet voor degenen die een geestelijk ambt bekleden, notaris, advocaat, arts of apotheker zijn. Zij mogen zich, als zij uit hoofde van hun ambt, stand of beroep tot geheimhouding verplicht zijn, beroepen op het verschoningsrecht en derhalve weigeren aan de informatieplicht te voldoen. Door dit verschoningsrecht wordt de privacy van een belastingplichtige gewaarborgd.

De Staatssecretaris kan niet toezeggen dat de inspecteur nooit zelfstandig artsen zal vragen om informatie over belastingplichtigen, zodat de privacy altijd geborgd blijft en mensen geen zorg mijden wegens angst voor problemen met de fiscus. Dat is volgens hem niet nodig. Informatie die de inspecteur opvraagt, mag alleen in het kader van de belastingheffing worden gebruikt. De privacy van belastingplichtige blijft geborgd doordat de inspecteur tot geheimhouding van alle informatie die hij heeft verplicht is. De Belastingdienst neemt deze geheimhoudingsplicht en de privacy van belastingplichtigen uitermate serieus.

Let op: Het is dus aan de arts om te bepalen of hij op verzoek van de Belastingdienst informatie over u verstrekt. Hij is daartoe niet verplicht.

Nieuws

Altijd op de hoogte zijn van het laatste financiële, economische en fiscale nieuws? Lees op deze plek de nieuwsberichten die belangrijk zijn voor u! Of abonneer u op onze nieuwsbrief door de link aan te klikken boven de nieuwsberichten.

Deskundig

... advies door actuele kennis en vaardigheden.

Hoog expertiseniveau

"Ontwikkeling vinden wij belangrijk voor al onze medewerkers. Want door te werken aan onze kennis en vaardigheden, staan wij altijd op een hoog expertiseniveau voor onze klanten klaar."

René Heine